donderdag 6 april 2017

Geen aantoonbare versnelling van de zeespiegelstijging

Op de vraag "wat is het grootste risico van klimaatopwarming" luidt het antwoord veelal: de zeespiegelstijging. Dat die stijgt, staat inderdaad buiten kijf: een kleine 20 cm stijging in de afgelopen eeuw. Echter, in sommige kringen en media wordt beweerd dat er sprake is van een versnelling van de stijging, dit als gevolg van de opwarming sinds medio vorige eeuw. Maar dat is een ongefundeerde conclusie. Enkele feiten op een rij...

Fig 1: Grote regionale verschillen in snelheid
van de zeespiegelstijging
Dat - in een opwarmend klimaat - de zeespiegel stijgt, komt door twee factoren: thermische uitzetting van de oceaan en het smelten van gletsjers en ijskappen. Peilschalen geven aan dat - gedurende de 20e eeuw - de wereldwijde zeespiegel met ongeveer 18 cm is gestegen. Dat komt overeen met 1,8 mm/jaar. Sinds 1993 wordt er met satellieten gemeten. Die laten een aanzienlijk snellere stijging zien: 3,4 mm/jaar. De conclusie is dan snel getrokken: 3,4 is méér dan 1,8 en dus is er sprake van een versnelling in de 20e eeuw. Maar dat is een voorbarige conclusie.

Want klopt die 3,4 mm/jaar wel? In 2015 kwam een team van deskundigen tot de conclusie dat de satellietregistratie een forse correctie behoeft als gevolg van 'instrumentele drift'. Zij stellen dat de zeespiegelstijging sinds 1993 hooguit 2,6 tot 2,9 mm/jaar bedraagt. Deze conclusie is evenwel (nog) niet doorgevoerd in de reguliere rapportage van de betrokken instanties.

Fig 2: Mondiale zeespiegel stijgt vanaf circa 
1850 (einde Kleine IJstijd) zonder 
waarneembare versnelling
Een ander punt is in hoeverre deze stijging gerelateerd is aan de klimaatopwarming. In  2010 concludeerde een groep onderzoekers dat - sinds de jaren '90 - een aanzienlijk deel (circa 0,8 mm/jr) van deze stijging veroorzaakt wordt door de uitputting van grondwatervoorraden, o.a. ten behoeve van irrigatie. Dat zou betekenen dat het klimaatgerelateerde deel van de stijging slechts 1,8 tot 2,1 mm/jaar bedraagt. En dat komt aardig overeen met die 1,8 mm/jaar van de peilschalen.

Ook kunnen de metingen aan peilschalen niet zomaar vergeleken worden met de satellietmetingen. Want peilschalen meten uitsluitend langs de kust.  Bovendien betreffen de metingen over de eerste helft van de 20e eeuw vooral het noordelijk halfrond. Satellieten daarentegen meten over de gehele oceaan (m.u.v. de Noordelijke IJszee) en laten grote regionale verschillen zien. De relatief grootste stijging (Fig 1: 'rood') vindt plaats midden op de oceaan, en valt derhalve buiten het bereik van de peilschalen. Geografisch gezien hebben peilschalen en satellieten dus een verschillende dekking en kunnen dus niet zonder meer worden vergeleken. Appels en peren dus. 

Fig 3: Gedurende 1920-1950 steeg de zeespiegel
even snel als nu.
Dan de peilschalen: laten die een versnelling zien gedurende de 20e eeuw? Nee. Uit fig 2 (bron: PSMSL) blijkt dat de versnelling veel eerder plaatsvond, omstreeks het jaar 1850, na afloop van de Kleine IJstijd. Vanaf dat moment  is er sprake van een vrijwel lineaire stijging van gemiddeld 1,8 mm/jaar. Zie ook hierDeze stijgsnelheid  was overigens niet altijd hetzelfde. Opmerkelijk is ( Fig 3; bron: IPCC) dat tussen 1920 en 1950 - vóór de 'grote opwarming' dus - het zeeniveau even snel steeg als nu. Ook de zeespiegel bij de Nederlandse kust laat geen versnelling zien: sinds 1890 stijgt die gestaag met 1,9 mm/jaar  


Het ligt evenwel voor de hand dat - bij doorgaande klimaatopwarming - er in de loop van deze eeuw wel een versnelling gaat optreden. Maar tot nu is dat dus niet aan de orde. Komende decennia zal het overstromingsrisico van veel 'coastal megacities' vooral bepaald worden door een factor die niks met klimaatopwarming te maken heeft: bodemdaling, die in kustgebieden vaak vele malen sneller verloopt dan de stijging van de zeespiegel.