dinsdag 16 februari 2016

Klimaatverandering en het conflict in Syrië

De waterschaarste in Syrië heeft ongetwijfeld bijgedragen aan het gewelddadige conflict. Maar in hoeverre is dat waterprobleem veroorzaakt door klimaatverandering? Daarover gaan de wildste geruchten de ronde. Er wordt zelfs gesproken over een 'klimaatoorlog', dit als voorbode van wat ons nog te wachten staat. Terechte zorg of toch weer een 'broodjeaapverhaal'?

Een veel geciteerde studie is die van Kelley et al (PNAS, 2015) waarin een relatie gelegd wordt tussen klimaatverandering en het conflict in Syrië. Onder de kop 'significance' wordt de toon gezet:

"There is evidence that the 2007−2010 drought contributed to the conflict in Syria. It was the worst drought in the instrumental record, causing widespread crop failure and a mass migration of farming families to urban centers. We conclude that human influences on the climate system are implicated in the current Syrian conflict"

Waarschijnlijk is die kop verzonnen door de uitgever om de verkoop te stimuleren, want de publicatie zelf is aanzienlijk genuanceerder. Maar dan nog: is hun conclusie terecht?

Neerslagtrends in landbouwgebieden geven een ander beeld


Figuur 1
Om te beginnen heeft de studie niet specifiek betrekking op Syrië; men onderzocht de neerslagtrends in een veel groter gebied met inbegrip van onder andere Turkije, Irak, Iran, Jordanië, Libanon en Israël. 

Bovendien, als je een relatie wil leggen tussen droogte en landbouwproductie, moet je specifiek kijken naar die gebieden waar 'rain fed agriculture' plaatsvindt. Ofwel in zones waar normaal gesproken meer dan 300-500 mm per jaar neerslag valt. In Syrië is dat het hoger gelegen grensgebied met Libanon en Turkije, en in de kustzone langs de Middellandse Zee. Zie figuur 1. Het betreft dus een klein deel van Syrië. 

Is het daar de afgelopen decennia dan zoveel droger geworden? Nauwelijks of niet, zo blijkt uit de neerslagstatistieken van - bijvoorbeeld - Damascus, Aleppo en Kamishli. Zie figuur 2. Weliswaar is het neerslagpatroon grillig, maar er is over de afgelopen 30 tot 40 jaar geen neerwaartse trend te bespeuren. De zogenaamde 'Syrische droogte' beperkte zich tot vooral het uiterste noordoosten (zie station Kamishli) gedurende 2007-2010, maar het herstel daarna is opmerkelijk.

Figuur 2. Bron: KNMI Climate Explorer
De rest van Syrië is woestijngebied. Als Kelley et al constateren dat het daar droger is geworden, is dat klimatologisch wellicht relevant. Maar voor de landbouw heeft dat geen consequenties, simpelweg omdat die daar nauwelijks bestaat. Met uitzondering dan van geïrrigeerde akkers langs de - door ISIS gecontroleerde - Eufraat en zijrivieren Khabour en Balikh.

Bevolkingsgroei leidt tot waterschaarste

Syrië is - net als de meeste andere landen in de regio - van nature een 'water stressed' land. Daarvan is sprake indien per hoofd van de bevolking slechts 1000 tot 1700 m3 water per jaar beschikbaar is. Bij 500 - 1000 m3 per jaar is er sprake van schaarste. De bulk van de waterbehoefte - 80 tot 90% - is ten behoeve van de agrarische sector, een klein deel is voor industrie en huishoudens. Met 'beschikbaar' wordt bedoeld de hoeveelheid water welke op duurzame wijze kan worden ingezet. Daarom wordt de 'water stress indicator' (WSI) ook wel gedefinieerd als de verhouding tussen watergebruik en natuurlijke aanvulling. Zie figuur 3.

Figuur 3
Het was de bevolkingstoename - in dertig jaar meer dan verdubbeld -  die in grote delen van Syrië geleid heeft tot ernstige waterschaarste c.q. watertekorten. De belangrijkste oorzaak was overexploitatie van de beperkt aanwezige grondwatervoorraden. Zo nam het aantal 'deepwells' (diepe geboorde putten met onderwaterpomp) tussen 1990 en 2010 spectaculair toe van 50.000 tot ruim 230.000 stuks en verdrievoudigde het met grondwater geïrrigeerde landbouwareaal tot 800.000 hectare. Bovendien ging men over tot meerdere oogsten per jaar hetgeen gepaard ging met grote verdampingsverliezen.

De aanjager van deze expansie was het Sovjet-achtige systeem van vijfjarenplannen van het regime Assad om de landbouwproductie op te voeren. Met daarin een belangrijke plek voor export (o.a. water slurpend katoen). De gevolgen waren desastreus. Het watergebruik oversteeg ruimschoots de natuurlijke aanvulling met een enorme daling (> 100 meter) van de grondwaterstand als gevolg. Niet alleen de traditionele ondiepe waterputten vielen droog, maar ook een deel van de moderne deepwells moesten er aan geloven. Boeren verlieten berooid hun verdorde akkers, de exodus naar de steden nam een aanvang.

Speelt de droogte dan geen rol?

Met 'droogte' wordt bedoeld een periode - van enkele aaneengesloten jaren - waarin het wat minder regent dan gemiddeld. Dat heet 'natuurlijke variabiliteit'. Die is ook terug te vinden in de neerslagcijfers van figuur 2. Maar die leverden voorheen voor de landbouwers geen al te grote problemen op: men kon zulke periodes altijd betrekkelijk eenvoudig overbruggen met tijdelijke aanvullende irrigatie vanuit riviertjes, meertjes en ondiepe traditionele waterputten. Tijdens de daarop volgende droogte, die van 2007-2010 in het noordoosten, was die weg afgesneden vanwege de structurele overexploitatie van de schaarse grondwatervoorraden sinds de jaren '90 én de overexploitatie van oppervlaktewater in het Turkse deel van het stroomgebied.

Conclusie

Droogteperiodes van enkele jaren zijn geen uitzondering en konden doorgaans overbrugd worden door aanvullende irrigatie vanuit riviertjes, meertjes en ondiepe waterputten. Deze weg werd afgesneden toen die bronnen droog vielen als gevolg van de - door het regime Assad aangestuurde - expansie van grondwaterirrigatie met behulp van deepwells sinds de jaren '90. Dat leidde tot overexploitatie van de beperkte grondwatervoorraden met een sterke daling (> 100 meter) van de grondwaterstanden als gevolg waardoor putten, riviertjes en (stuw)meertjes droog vielen. Boeren verlieten berooid hun verdorde akkers, de exodus naar de steden nam een aanvang. Weliswaar kan toekomstige klimaatopwarming resulteren in toename van droogteperiodes, maar de recente waterschaarste is vooral veroorzaakt door andere factoren: sterke bevolkingsgroei, slecht landbouwbeleid en inadequaat watermanagement.